ECLI:NL:GHARL:2024:1251
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na opzegging samenwerking tandartspraktijk
In deze zaak gaat het om de beëindiging van een samenwerkingsovereenkomst tussen Dident B.V. en een tandarts die werkzaamheden verrichtte op basis van een overeenkomst van opdracht. De tandarts zegde de overeenkomst per direct op zonder inachtneming van de contractuele opzegtermijn van drie maanden. Dident accepteerde deze opzegging, maar vorderde later schadevergoeding wegens vermeende onregelmatige opzegging en het verlies van patiënten.
Het hof oordeelt dat de opzegging door de tandarts rechtsgeldig was en dat Dident door haar acceptatie van de opzegging en het ontzeggen van toegang tot de praktijk feitelijk instemde met beëindiging zonder opzegtermijn. Hierdoor is sprake van beëindiging met wederzijds goedvinden, zodat de schadevordering van Dident faalt.
Daarnaast stelde Dident dat de tandarts tekort was geschoten in zijn zorg, waardoor patiënten de praktijk verlieten en schade ontstond. Het hof stelt vast dat onvoldoende bewijs is geleverd voor deze wanprestatie en dat Dident geen concreet bewijsaanbod deed om dit aan te tonen. De vordering tot schadevergoeding wegens patiëntenverlies wordt daarom afgewezen.
Het incidenteel appel van de tandarts over een privébetaling van de directeur wordt eveneens verworpen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt partijen tot betaling van elkaars proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van Dident af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.