Uitspraak
Lefier
Gemeentelijke Kredietbank Drenthe,in de hoedanigheid van bewindvoerder van
[naam1](hierna:
[naam1])
bewindvoerder
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert Stichting Lefier, verhuurder van een woning, ontruiming van de woning die wordt bewoond door [naam1], vertegenwoordigd door een bewindvoerder. De woning werd gesloten door de burgemeester vanwege de aanwezigheid van lachgas, dat sinds 1 januari 2023 onder de Opiumwet valt en verboden is. Lefier heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden op grond van art. 7:231 lid 2 BW Pro.
De voorzieningenrechter wees de vordering in eerste aanleg af, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt vast dat de aanwezigheid van aanzienlijke hoeveelheden lachgas in en rond de woning een aanmerkelijk risico op drugshandel en criminaliteit inhoudt, wat het zwaarwegende belang van Lefier rechtvaardigt om op te treden. Het verweer van [naam1] dat de ontbinding disproportioneel is vanwege zijn kwetsbaarheid, de korte duur van de overtreding en het ontbreken van handel vanuit de woning, wordt niet gevolgd.
Het hof weegt de belangen af en concludeert dat de buitengerechtelijke ontbinding niet onaanvaardbaar is en geen misbruik van recht oplevert. De ontruimingsvordering is kansrijk en toewijzing in kort geding is gerechtvaardigd. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen één maand na betekening, betaling van huur vanaf 1 januari 2024 en proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen één maand na betekening en tot betaling van huur en proceskosten.