Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten]en ieder afzonderlijk:
[appellant]en
[appellante],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden]en ieder afzonderlijk:
[geïntimeerde1]en
[geïntimeerde2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat centraal of een carport met zadeldak, gebouwd door de buren, onrechtmatige hinder oplevert door verminderde lichtinval in de woning van appellanten. Appellanten vorderden afbraak van de carport tot een maximale hoogte van 2,20 meter of vervanging door een constructie die geen beperking van zonlicht veroorzaakt. Subsidiair werd schadevergoeding en vergoeding van expertisekosten gevorderd.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigt dit vonnis en oordeelt dat de carport onrechtmatige hinder veroorzaakt. Deskundigenrapporten tonen een substantiële afname van daglichttoetreding, vooral in de wintermaanden, met een afname tot 89% op sommige momenten. Het hof acht het belang van de buren bij het zadeldak beperkt en wijst op hun eerdere waarschuwingen.
Het hof beveelt gedeeltelijke afbraak van de carport tot een nokhoogte van 2,40 meter, waarbij zonnepanelen op het platte dak mogen blijven. Tevens worden de expertisekosten deels toegewezen en wordt de voorwaardelijke eis van de buren om ramen ondoorzichtig te maken afgewezen. De buren worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De carport moet worden afgebroken tot een nokhoogte van 2,40 meter en geïntimeerden worden veroordeeld tot betaling van een deel van de expertisekosten en proceskosten.