Eiser heeft vier facturen gestuurd aan gedaagden voor zijn werkzaamheden als advocaat in een juridisch geschil met een derde partij. De eerste twee facturen zijn betaald, maar de laatste twee facturen ter waarde van €11.843,70 zijn onbetaald gebleven. Eiser vordert betaling van deze laatste facturen, vermeerderd met rente en incassokosten.
Gedaagden betwisten dat zij een opdracht tot betaling van deze facturen hebben gegeven en stellen dat zij slechts een vast tarief van €9.500,- hadden afgesproken. Het hof oordeelt dat eiser onvoldoende heeft gemotiveerd dat er een overeenkomst van opdracht bestond voor de werkzaamheden die aan de laatste twee facturen ten grondslag liggen. Er is geen schriftelijke opdrachtbevestiging overgelegd en de gestelde diefstal van het dossier is onvoldoende aannemelijk.
Het hof stelt dat eiser als advocaat gehouden is duidelijke afspraken schriftelijk vast te leggen en dat het enkel noemen van een uurtarief onvoldoende is om de consument te informeren over de totale kosten. Ook is geen sprake van zaakwaarneming, omdat gedaagden na een bespreking duidelijk maakten geen gebruik meer te willen maken van de diensten van eiser.
Het hoger beroep wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.