Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland inzake de omgangsregeling tussen een minderjarige en een persoon die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat, verzoekster. De minderjarige woont bij zijn vader, die het gezag heeft. Verzoekster had een affectieve relatie met de overleden moeder van het kind en wenst een omgangsregeling waarbij het kind vaker bij haar verblijft dan de eenmaal per maand die de rechtbank had vastgesteld.
Het hof overweegt dat het kind recht heeft op omgang met verzoekster, maar dat de invulling daarvan moet aansluiten bij het belang van het kind. Er is sprake van wantrouwen tussen verzoekster en de vader, wat een belemmering vormt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een omgangsregeling van een weekend per maand met ruimte voor extra contact indien het kind dat wenst, en benadrukte het belang van de puberteitsfase en de noodzaak van ruimte voor eigen keuzes.
Het hof volgt het advies van de raad en stelt de omgangsregeling vast op een weekend per vier weken van vrijdagavond tot zondagavond en minimaal een week in de zomervakantie, waarbij de vader de keuze heeft over de vakantieweken. Het hof benadrukt dat de vader het kind ruimte moet geven om vaker contact te hebben met verzoekster indien het kind dat wenst. De bestreden beschikking wordt vernietigd en de nieuwe regeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast waarbij het kind eenmaal per vier weken een weekend bij verzoekster verblijft en minimaal een week in de zomervakantie, met ruimte voor eigen keuzes.