ECLI:NL:GHARL:2024:2038
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs poging tot zware mishandeling
Op 23 januari 2020 vond in een bar te een plaats een geweldsincident plaats waarbij de benadeelde werd aangevallen door een groep mannen. Verdachte werd ervan verdacht medepleger te zijn van een poging tot zware mishandeling en mishandeling. De rechtbank veroordeelde verdachte tot twee maanden gevangenisstraf en kende een schadevergoeding toe aan de benadeelde.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd. Het hof oordeelde dat er onvoldoende steunbewijs is voor de specifieke geweldshandelingen die aan verdachte werden toegeschreven. De verklaringen van getuigen waren onvoldoende specifiek en er ontbrak overtuigend bewijs dat verdachte daadwerkelijk geweld heeft gepleegd.
Het hof sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het hof zag geen aanleiding om getuigen opnieuw te horen, mede vanwege het tijdsverloop en de onduidelijkheid over specifieke betrokkenheid van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot zware mishandeling en mishandeling.