Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken
d.d. 8 maart 2022 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: verdachte), [naam 1] , [naam 2] [naam 3] en nog 5 onbekenden voor mij de zaak binnen kwamen lopen. Ik zag dat [naam 2] in een rechte lijn naar mij toe liep en ik voelde dat hij mij een harde klap met kracht en met gebalde vuist gaf op de linker achterzijde van mijn hoofd. Vervolgens zag ik dat [verdachte] en [naam 1] hun vuisten balden en mij ook een klap met kracht gaven op de linker achterzijde van mijn hoofd. Ik voelde door deze klappen erg veel pijn, waardoor ik op de grond viel. Toen ik op de grond lag, zag ik dat [naam 1] , [naam 2] en [verdachte] om mij heen gingen staan en dat de 5 voor mij onbekende mannen ook naar mij toe liepen en mij trappen met kracht gaven aan de linkerzijde van mijn bovenbeen, mijn schouders en mijn hoofd. Ik voelde hierdoor veel pijn.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
[slachtoffer]toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer] te betalen:
- het bedrag van € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 januari 2020 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.