De zaak betreft een hoger beroep van een appartementseigenaar tegen de afwijzing door de kantonrechter van haar verzoeken tot nietigverklaring van besluiten van de Vereniging van Eigenaars (VvE) Woon betreffende de vaststelling van de balans en exploitatierekening over 2021. Tevens verzocht zij de VvE Woon te gelasten haar administratie te scheiden van die van de (hoofd)VvE Complex.
De VvE Woon had op 1 juni 2022 besluiten genomen over de vaststelling van de balans en exploitatierekening en het toevoegen van het exploitatieoverschot aan de algemene reserves. Deze besluiten waren gebaseerd op een niet gescheiden administratie van de VvE Woon en de VvE Complex. Inmiddels heeft de VvE Woon op 21 november 2023 nieuwe besluiten genomen met gescheiden administraties, welke ook zijn vastgesteld door de VvE Complex op 4 januari 2024.
Het hof oordeelt dat het doel van het verzoek, te weten gescheiden administraties en jaarstukken, inmiddels is bereikt. Hierdoor ontbreekt het belang van de appellant bij haar verzoeken. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de kantonrechter voor zover het de afwijzing betreft, maar vernietigt het vonnis voor zover het de proceskosten betreft en compenseert deze in eerste aanleg en hoger beroep.
De grieven van de appellant falen, en het hof wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024 door mrs. J.E. Wichers, W.P.M. ter Berg en M.A.L.M. Willems.