Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[vestigingsplaats](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Eindhoven(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende B.V. heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2006 ontvangen, die na bezwaar deels is verminderd. Tegen de uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld bij de rechtbank, die de boetebeschikking vernietigde en het verzoek tot voorlopige voorziening afwees. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht opnieuw om een voorlopige voorziening om de beslaglegging op gelden te schorsen.
De voorzieningenrechter van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het connexiteitsvereiste is voldaan, maar dat geen sprake is van een spoedeisend belang. Financieel belang alleen is onvoldoende; er moeten ernstige en onomkeerbare gevolgen dreigen. Belanghebbende voerde aan dat de zaak lang duurt en dat de aandeelhouder op leeftijd is, maar dit werd onvoldoende geacht.
Ook is niet gebleken dat de naheffingsaanslag evident onrechtmatig is opgelegd. De voorzieningenrechter concludeerde dat de belangen van de aandeelhouder niet gelijkgesteld kunnen worden aan die van de vennootschap en dat de nieuwe stellingen onvoldoende onderbouwd waren. Daarom is het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen en zijn geen kosten toegekend.
De uitspraak is gedaan op 26 maart 2024 door voorzieningenrechter G.B.A. Brummer, en tegen deze uitspraak staan geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.