Uitspraak
[verzoeker]
€ 340,00 +
€ 1.580,05 (duizend vijfhonderdtachtig euro en vijf cent);
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker en zijn echtgenote werden vervolgd voor overtreding van de Leerplichtwet. De strafzaak eindigde onherroepelijk zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker diende tijdig verzoeken in tot vergoeding van kosten gemaakt in verband met de strafzaak, waaronder kosten voor rechtsbijstand, advies van een onderwijskundige en kosten voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.
Het hof oordeelde dat de werkzaamheden van de onderwijskundige van juridisch-ondersteunende aard waren en niet voldeden aan de criteria voor vergoeding op grond van artikel 529 Sv Pro. Ook artikel 530 Sv Pro bood geen grondslag voor vergoeding van deze kosten, mede gelet op een recente uitspraak van de Hoge Raad dat juridische bijstand door niet-advocaten niet vergoed wordt.
De kosten voor rechtsbijstand aan verzoeker en zijn echtgenote werden wel als redelijk en toewijsbaar beschouwd. Ook de kosten voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift kwamen voor vergoeding in aanmerking. Omdat deze kosten ten behoeve van zowel verzoeker als zijn echtgenote zijn gemaakt, werd de vergoeding op 50/50 basis toegekend.
Het hof besloot daarom een totaalbedrag van €1.580,05 toe te kennen en wees overige verzoeken af. De griffier werd bevolen het bedrag over te maken aan verzoeker.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €1.580,05 toe voor kosten rechtsbijstand en verzoekschrift, en wijst overige verzoeken af.