ECLI:NL:GHARL:2024:2515
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie voor niet afsluiten en in stand houden motorrijtuigverzekering
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €400 opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een motorrijtuigverzekering op 16 augustus 2021. De betrokkene stelde dat de verzekering wel was aangevraagd, maar dat door miscommunicatie de premie niet tijdig was betaald. Hij ging ervan uit dat de premie automatisch zou worden geïncasseerd, maar de eerste betaling moest via iDEAL plaatsvinden. Na een herinneringsbrief van de RDW heeft hij direct actie ondernomen.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat de zorgplicht voor kentekenhouders om een verzekering af te sluiten en in stand te houden wettelijk is vastgelegd en dat het niet betalen van de premie de verantwoordelijkheid van de betrokkene is. Er was geen reden om de sanctie te matigen.
Verder stelde de betrokkene dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waarbij hij aanvoerde dat deze was aangevangen met een brief van de RDW van 15 augustus 2021. Het hof oordeelde dat deze brief niet was overgelegd en dat de redelijke termijn aanvangt bij toezending van de inleidende beschikking op 6 oktober 2021. De redelijke termijn eindigde met de uitspraak van de kantonrechter op 27 juni 2023, zodat geen overschrijding was.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken op een openbare zitting te Leeuwarden.
Uitkomst: De sanctie van €400 voor het niet afsluiten en in stand houden van de motorrijtuigverzekering wordt bevestigd.