ECLI:NL:GHARL:2024:416
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke termijn en matiging sanctie bij doorrijden rood licht
De betrokkene werd een sanctie van €250 opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 29 maart 2021. De betrokkene ontkende de gedraging, maar dit leidde niet tot twijfel aan het dossier. De gemachtigde stelde dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden, wat het hof bevestigde. Hierdoor werd de sanctie met 25% gematigd.
Verder voerde de gemachtigde aan dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg was overschreden. Het hof oordeelde dat de redelijke termijn begint te lopen vanaf de dagtekening van de inleidende beschikking, niet vanaf het moment van de flitspaalpassage of ontvangst. De termijn eindigt op de datum van de openbare uitspraak van de kantonrechter, hier 11 april 2023. De termijn werd niet overschreden.
Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, matigde het sanctiebedrag tot €187,50 en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €1.093,75.
Uitkomst: De sanctie voor doorrijden bij rood licht wordt met 25% gematigd tot €187,50 wegens schending van de hoorplicht, zonder overschrijding van de redelijke termijn.