ECLI:NL:GHARL:2024:2571
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verkoop woning in eenvoudige gemeenschap na beëindiging samenwoning en geschil over verdeling
Partijen, voormalige samenwonenden, bezitten gezamenlijk een woning in eenvoudige gemeenschap. Na het beëindigen van hun relatie in 2009 kreeg de man het alleenrecht van bewoning en droeg hij alle woonlasten. In 2014 sloten zij een vaststellingsovereenkomst waarin afspraken over de woning en de overdracht werden vastgelegd, met een termijn van een half jaar voor de man om de woning over te nemen.
De man slaagde er niet in de woning te financieren, mede door een executoriaal beslag dat in 2018 werd opgelegd en later werd afgewezen. De vrouw startte in 2021 een procedure om de man te dwingen medewerking te verlenen aan taxatie, verkoop en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid. De rechtbank bepaalde in 2023 dat de woning binnen drie maanden verkocht moet worden en de opbrengst gedeeld.
In hoger beroep betoogde de man dat rekening moest worden gehouden met het belang van de minderjarige kinderen en zijn zakelijke schuld. Het hof verwierp deze grieven, oordeelde dat de belangen van de vrouw zwaarder wegen en bevestigde de verkoopverplichting. Het hof legde een dwangsom op voor het niet meewerken aan bezichtigingen en bepaalde dat bij het verbeuren van € 2.500 aan dwangsommen de man de woning moet verlaten. Tevens kan het arrest de medewerking van de man bij koop en overdracht vervangen, mits aan voorwaarden wordt voldaan.
Het hof bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. De vordering van de vrouw tot machtiging tot verkoop met politie- of deurwaardershulp werd afgewezen als overbodig.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verkoop van de woning met een dwangsom voor niet-medewerking en stelt voorwaarden voor reële executie bij weigering van de man.