Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Op 13 februari 2024 heeft het hof een arrest gewezen in een civiele zaak. Vervolgens heeft de geïntimeerde op 1 maart 2024 verzocht om verbetering van een kennelijke rekenfout in het arrest, met name over het toegepaste liquidatietarief en het aantal toegekende procespunten.
De appellant heeft op 6 maart 2024 bezwaar gemaakt tegen dit verzoek. Het hof heeft het verzoek beoordeeld als een verzoek ex artikel 31 Rv Pro tot verbetering van een kennelijke fout. Volgens het hof is er geen sprake van een kennelijke schrijffout, rekenfout of andere fout die eenvoudig te herstellen is.
Het hof benadrukt dat artikel 31 Rv Pro alleen ziet op zeer duidelijke vergissingen die direct voor partijen en derden herkenbaar zijn. Het verzoek van de geïntimeerde is feitelijk een poging tot heroverweging van het inhoudelijke oordeel over de kostenveroordeling, wat niet via artikel 31 Rv Pro kan worden bereikt. Daarom is het verzoek afgewezen.
De beslissing is op 16 april 2024 in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van een kennelijke fout in de kostenveroordeling is afgewezen.