Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk ouderlijk gezaghouder over hun minderjarige kind, geboren in 2012. Het kind heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vader en staat sinds 2020 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). Door omstandigheden is het contact tussen moeder en kind sinds maart 2021 volledig weggevallen.
De rechtbank Midden-Nederland had in juli 2023 besloten het gezag aan de vader toe te wijzen en het contact van de moeder met het kind voor een jaar op te schorten, tenzij een traumabehandelaar anders adviseert. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het hof de beschikking te vernietigen.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind vereist dat het gezag bij de vader wordt gelegd. De ouders kunnen niet samenwerken, de moeder erkent onvoldoende het trauma van het kind en het contact tussen moeder en kind is langdurig verbroken. Het hof acht het beter voor het kind dat de vader alleen het gezag voert, zodat het kind rust krijgt en zich kan richten op traumaverwerking.
De moeder wil wel blijven meebeslissen, maar het hof twijfelt aan haar actuele kennis van het kind en acht het herstel van contact tussen moeder en kind waarschijnlijker als de vader het gezag alleen heeft. Het kind zelf geeft aan dat de vader hem goed helpt en de beslissingen moet nemen.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking van de rechtbank en wijzigt het gezag in éénoudergezag bij de vader.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de wijziging van gezamenlijk gezag naar éénoudergezag bij de vader in het belang van het kind.