Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
Vervolgens ligt de vraag voor of [appellant] de contractuele boete aan [geïntimeerde] verschuldigd is. Uit artikel 11 van Pro de koopovereenkomst volgt dat hiervoor eerst een ingebrekestelling vereist is. [appellant] heeft in dit verband aangevoerd dat [geïntimeerde] hem niet in gebreke heeft gesteld met een termijn van acht dagen. De rechtbank gaat hier niet in mee. Uit de door [geïntimeerde] overgelegde brieven van 31 augustus en 30 september 2022 volgt voldoende dat voldaan is aan de ingebrekestelling zoals omschreven in artikel 11 van Pro de koopovereenkomst. Verder heeft de gemachtigde van [appellant] ter zitting betoogd dat [appellant] , ook in het geval hij geen rechtsgeldig beroep op het financieringsvoorbehoud heeft gedaan, hij de verplichting om de woning af te nemen niet kon nakomen omdat [geïntimeerde] de woning al verkocht had aan een derde partij. Dit betoog slaagt niet, omdat de woning pas in mei 2023 is verkocht aan een derde.