ECLI:NL:GHARL:2024:283

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 januari 2024
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
200.327.469/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.12.40 Regeling voertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens niet goed functionerende losbreekreminrichting

De betrokkene kreeg een sanctie van €150,- opgelegd voor het rijden met een voertuig waarvan de losbreekreminrichting niet goed functioneerde. De overtreding vond plaats op 3 september 2021 in Weert. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep voerde de gemachtigde aan dat niet was vastgesteld dat de losbreekreminrichting niet functioneerde, omdat alleen een visuele constatering was gedaan en geen fysieke test. Het hof oordeelde dat de wijze van keuren in de Regeling voertuigen betrekking heeft op keuring door de RDW en niet op het vaststellen van de gedraging in het kader van de Wahv.

De kantonrechter had terecht geoordeeld dat de beschadigde kabel, zoals vastgesteld in verklaringen van de ambtenaar, voldoende bewijs vormde dat de losbreekreminrichting niet deugdelijk was. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter, verbeterde de motivering en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €150,- voor het rijden met een niet goed functionerende losbreekreminrichting.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.469/01
CJIB-nummer
: 243988501
Uitspraak d.d.
: 12 januari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 april 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 september 2021 om 14.34 uur op de Graafschap Hornelaan in Weert met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter heeft miskend dat niet in het midden kan blijven of de losbreekreminrichting wel of niet zou functioneren. De gedraging is volgens de gemachtigde niet verricht. Niet is waargenomen of de losbreekinrichting goed functioneerde. Visueel is slechts geconstateerd hetgeen de ambtenaar heeft verklaard, maar dat is niet voldoende. De verweten gedraging blijkt niet uit die verklaring. Dat de kabel kan breken, betekent niet dat die kabel niet goed functioneerde op de pleegdatum.
3. Artikel 5.12.40, vierde lid, van de Regeling voertuigen schrijft voor:
“Indien de aanhangwagen is voorzien van een losbreekreminrichting, moet deze goed functioneren.”
4. In voormeld artikel is opgenomen dat de wijze van keuren een visuele controle behelst.
5. De “wijze van keuren” die bij de permanente eisen in hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen is voorgeschreven, heeft betrekking op het keuren van een voertuig door de Rijksdienst Wegverkeer en niet op het constateren van een gedraging in de zin van de Wahv (vgl. het arrest van het hof van 12 februari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1320). De overweging van de kantonrechter dat visueel dient te kunnen worden vastgesteld dat de losbreekinrichting goed moet functioneren en deugdelijk moet zijn, getuigt in zoverre dan ook van een onjuiste rechtsopvatting, nu de visuele controle als bedoeld in artikel 5.12.40 van de Regeling voertuigen niet doelt op het vaststellen van de onderhavige gedraging. Voor het vaststellen van de onderhavige gedraging is een fysieke test evenwel niet vereist.
6. De kantonrechter heeft voorts acht geslagen op de in het gegevens in het zaakoverzicht opgenomen verklaring en de in het aanvullend proces-verbaal d.d. 12 april 2022 opgenomen verklaring. Nu uit deze verklaringen blijkt dat de ambtenaar zag dat de kabel van de losbreekinrichting ernstig was beschadigd aangezien de rubberen kabeljas los was van de staalkabel en de kabel op meerdere plaatsen aan het rafelen was, heeft de kantonrechter naar het oordeel van het hof terecht overwogen dat op basis hiervan genoegzaam kan worden vastgesteld dat de kabel van de losbreekreminrichting was beschadigd alsmede geoordeeld dat door een gebrekkige kabel tussen de losbreekreminrichting en het trekkend voertuig niet meer kan worden gesproken van een deugdelijke losbreekreminrichting. De aangevoerde grond neerkomend op de ontkenning van het goed functioneren van de losbreekinrichting kan dan ook niet slagen.
7. Gelet op het voorgaande en met inachtneming van het hierboven geconstateerde motiveringsgebrek zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van de gronden. Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal het hof afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van de gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.