ECLI:NL:GHARL:2024:2963
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating wettelijke schuldsanering en bevel tot instemming met schuldregeling ondanks strafrechtelijke schulden
Appellant, een alleenstaande man die een kapperszaak exploiteerde en door detentie en de coronacrisis zijn onderneming moest staken, heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Kisha’s Zorg weigerde instemming met deze regeling vanwege haar belangen en de omvang van haar vordering.
De rechtbank wees het verzoek van appellant af omdat de vooruitzichten voor schuldeisers bij aanvaarding van de regeling minder gunstig zouden zijn dan bij verwerping, mede door schulden uit strafrechtelijke veroordelingen en het ontbreken van een keer ten goede.
In hoger beroep oordeelt het hof dat appellant op grond van de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro wel in aanmerking komt voor toelating tot de wettelijke schuldsanering. Het hof stelt vast dat appellant grip heeft gekregen op de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid, onder meer door begeleiding, een stabiel inkomen en het staken van zijn onderneming.
Het hof concludeert dat de vooruitzichten voor schuldeisers bij aanvaarding van de aangeboden schuldregeling gunstiger zijn dan bij toelating tot de wettelijke schuldsanering. Kisha’s Zorg heeft daarom niet redelijkerwijs kunnen weigeren in te stemmen met de regeling. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en beveelt Kisha’s Zorg tot instemming met de schuldregeling.
Uitkomst: Het hof beveelt Kisha’s Zorg in te stemmen met de schuldregeling en wijst appellant toe tot de wettelijke schuldsanering.