De vader verzocht de rechtbank om de moeder te verplichten met het minderjarige kind terug te verhuizen naar de omgeving van de voormalige echtelijke woning, mede vanwege de uitvoerbaarheid van de omgangsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af en veroordeelde de vader in de proceskosten. Het hof bevestigt deze beslissing en bepaalt dat de moeder niet hoeft terug te verhuizen.
De ouders zijn in 2021 getrouwd en gingen in oktober 2022 uit elkaar. Na een incident van huiselijk geweld in oktober 2022, waarvoor de vader door de politierechter is veroordeeld, is de moeder met het kind verhuisd naar een vrouwenopvang en later vanwege bedreigingen door de vader verder weg geplaatst. Het hof acht deze verhuizing noodzakelijk voor de veiligheid van moeder en kind.
Hoewel de vader het contact met het kind belangrijk vindt en de afstand de omgang bemoeilijkt, is het hof van oordeel dat het belang van de veiligheid en rust van moeder en kind zwaarder weegt dan het belang van de vader bij een gemakkelijker uitvoerbare omgangsregeling. Het verzoek over de doop van het kind is door de vader ingetrokken en hij is niet-ontvankelijk verklaard in dat verzoek.
De proceskostenveroordeling van de vader wordt vernietigd; partijen dragen ieder hun eigen kosten. De bestreden beschikking wordt verder bekrachtigd.