Uitspraak
14 mei 2024
[woonplaats](hierna: verzoeker)
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling van het verzoekDe ontvankelijkheid
De gronden van het wrakingsverzoek
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen beschikkingen in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Tijdens de procedure heeft verzoekers gemachtigde een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer Keuning, omdat het Hof twee taxatierapporten van verzoeker buiten beschouwing had gelaten wegens het niet naleven van de tien-dagentermijn van artikel 8:58 Awb Pro.
Verzoeker stelde dat het Hof het gelijkheidsbeginsel en de rechtszekerheid had geschonden door de stukken van de heffingsambtenaar wel op een laat moment toe te laten, en dat het Hof partijdig en vooringenomen was. De wrakingskamer oordeelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer stelde vast dat het buiten beschouwing laten van de stukken een normale processuele beslissing is en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigen. Ook verwees het Hof naar eerdere waarschuwingen aan verzoeker over het tijdig indienen van stukken. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Keuning wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.