Uitspraak
[de huurder],
Lefier,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een kort geding vonnis waarbij de huurder werd veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van kosten voor vlooienbestrijding, deurwaarderskosten en buitengerechtelijke kosten. De huurder betwistte de toewijzing van de geldvorderingen omdat deze volgens hem niet spoedeisend waren en onvoldoende waren getoetst.
De feiten tonen aan dat de huurder naliet het gehuurde schoon te houden, ondanks klachten over een vlooienplaag veroorzaakt door zijn kat. Lefier heeft meerdere pogingen gedaan tot inspectie en bestrijding, waarbij de huurder geen medewerking verleende. Uiteindelijk werd met machtiging van de burgemeester de woning betreden om de ongediertebestrijding uit te voeren, waarbij ook een deurwaarder aanwezig was.
Het hof oordeelt dat de geldvorderingen in kort geding toewijsbaar zijn omdat zij in hoge mate aannemelijk zijn en het spoedeisend belang voldoende is onderbouwd. De huurder is in verzuim gesteld en aansprakelijk voor de kosten. De buitengerechtelijke kosten zijn eveneens terecht toegewezen. De grieven van de huurder falen en het hof bekrachtigt het vonnis, veroordeelt de huurder tot betaling van proceskosten en verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming en toewijzing van geldvorderingen en veroordeelt de huurder tot betaling van proceskosten.