Partijen zijn in 2019 gescheiden waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw betaalde, geïndexeerd tot € 2.668,- in 2024. De rechtbank wijzigde deze alimentatie naar € 2.448,- bruto per maand vanaf januari 2023. De man kwam in hoger beroep met het verzoek de alimentatie te verlagen of te beëindigen, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde voor verhoging.
Het hof oordeelde dat sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden, waaronder de arbeidsongeschiktheid van de man sinds maart 2024, waardoor zijn draagkracht aanzienlijk is gedaald. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld rond € 3.900,- bruto per maand, gebaseerd op de hofnorm en haar uitgavenpatroon. De vrouw wordt geacht een bruto inkomen van € 840,- per maand te kunnen verwerven.
De man heeft geen winst uit onderneming meer, en het hof rekent een netto inkomen uit verhuur van € 600,- per maand toe. De woonlasten van de man worden deels meegenomen. De draagkracht van de man wordt berekend op € 2.646,- bruto per maand vanaf 12 januari 2023 en € 1.778,- vanaf 1 maart 2024. De vrouw moet te veel betaalde alimentatie vanaf 1 maart 2024 binnen drie maanden terugbetalen.
De bestreden beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de alimentatieverplichting van de man wordt aangepast. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.