Bildirici Holding B.V. gaf opdracht voor de verbouwing van een bedrijfspand en een woning, waarbij meerdere aanneemovereenkomsten met [verweerder], een klus- en afbouwbedrijf, werden gesloten. De overeenkomsten werden voortijdig beëindigd vanwege spanningen over de uitvoering en betaling. Bildirici vorderde schadevergoeding wegens tekortkomingen en wanprestatie.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat [verweerder] niet in verzuim was en geen tekortkoming had begaan. Het hof bevestigt dit grotendeels, maar oordeelt dat voor de rioleringswerkzaamheden wel sprake is van verzuim en toewijsbare schade. De overige vorderingen worden afgewezen, mede omdat een beëindigingsovereenkomst niet is vastgesteld en de aannemer niet verplicht was tot oplevering van onvoltooide deelwerkzaamheden.
Het hof veroordeelt [verweerder] tot betaling van € 1.400,- schadevergoeding met wettelijke rente en bekrachtigt het vonnis voor het overige. Bildirici wordt veroordeeld in de proceskosten, die in hoger beroep nihil zijn gesteld.