Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder, woonachtig in de Verenigde Staten, stelde hoger beroep in tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland die haar verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing met het kind naar de VS afwees. Het geschil betreft de voorlopige toevertrouwing van het kind aan de moeder en toestemming voor verhuizing en inschrijving op een nieuwe school.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De moeder heeft belang bij een voorlopige voorziening, maar gezien de korte termijn waarin de bodemprocedure zal worden behandeld, kan van haar worden verlangd de afloop van die procedure af te wachten. De zorgen van de moeder over de gezondheid en taalvaardigheid van het kind worden door de vader gemotiveerd betwist en vormen geen spoedeisend belang.
Het hof volgt het advies van de raad voor de kinderbescherming om het kind niet te laten verhuizen gedurende de procedure. Het verzoek tot voorlopige voorziening en schorsing van de beschikking wordt afgewezen. De beslissing is op 6 juni 2024 in het openbaar uitgesproken door drie rechters.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot voorlopige toevertrouwing en schorsing af.