ECLI:NL:GHARL:2024:3854
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillietverklaring wegens herstel betalingsvermogen appellant
Appellant werd door de rechtbank Gelderland op verzoek van het Bedrijfstakpensioenfonds failliet verklaard. Na afwijzing van het verzet door de rechtbank, stelde appellant hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij zijn betalingsverplichtingen grotendeels had voldaan en dat hij maatregelen had getroffen om zijn financiële situatie te verbeteren, waaronder het inschakelen van een boekhouder en het voornemen om vaste medewerkers te vervangen door ZZP’ers. Het hof nam deze omstandigheden mee in haar beoordeling.
Het hof constateerde dat appellant een levensvatbare onderneming exploiteert met een stabiele omzet en dat de vorderingen van meerdere schuldeisers, waaronder het Bedrijfstakpensioenfonds, SOOB, EDR en CJIB, zijn voldaan. Voor de vordering van CAK was een betalingsregeling getroffen en de Belastingdienst had nog geen invorderingsmaatregelen genomen.
De curator had geen bezwaar tegen vernietiging van het faillissement en bevestigde dat er voldoende saldo op de boedelrekening aanwezig was voor faillissementskosten. Gezien deze feiten oordeelde het hof dat appellant niet langer in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen en vernietigde de eerdere vonnissen, waarbij het verzoek tot faillietverklaring werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot faillietverklaring af en vernietigt de eerdere vonnissen.