Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert een vader betaling van een bedrag van €8.960,- van zijn dochter, gebaseerd op een vermeende schuldbekentenis voor een lening die zij zou hebben afgesloten voor de aankoop van een auto. De dochter betwist zowel de lening als de echtheid van haar handtekening op het schuldbekentenisdocument, en stelt dat het document en haar handtekening vervalst zijn.
De rechtbank wees de vordering af omdat de vader niet had voldaan aan de bewijsopdracht om de echtheid van de handtekening aan te tonen. In hoger beroep biedt de vader alsnog bewijs aan, onder meer door getuigenbewijs en een deskundigenonderzoek. Het hof ziet geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek, maar staat het aanbieden van getuigenbewijs toe vanwege de herkansingsfunctie van het hoger beroep.
Het hof bepaalt dat de vader de mogelijkheid krijgt om te bewijzen dat de handtekening van de dochter authentiek is. De getuigen zullen worden gehoord door de raadsheer-commissaris in het Paleis van Justitie te Leeuwarden, waarbij partijen worden geadviseerd aanwezig te zijn. Nadere procedurele instructies worden gegeven over het opgeven van getuigen en het indienen van stukken. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof staat vader toe bewijs te leveren over de echtheid van de schuldbekentenis en wijst getuigenverhoor toe; verdere beslissing wordt aangehouden.