Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, zijn in geschil over de schoolkeuze en de aanvrager van de kinderbijslag. De vader verzoekt het hof om vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van het kind op een protestants-christelijke basisschool en om te bepalen dat hij de aanvrager van de kinderbijslag wordt. De moeder verzet zich tegen beide verzoeken en wil dat het kind op de huidige openbare basisschool blijft.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat het kind het naar zijn zin heeft op de huidige school, waar hij vriendjes heeft en gewend is. Het protestants-christelijke opvoeden kan volgens het hof ook buiten schooltijd plaatsvinden. Het verzoek tot wijziging van de school wordt daarom afgewezen.
Ten aanzien van de kinderbijslag oordeelt het hof dat dit geen gezagskwestie is zoals bedoeld in artikel 1:253a BW en dat het wijzigen van de aanvrager geen direct belang van het kind raakt. Financiële argumenten van de vader zijn onvoldoende, zeker omdat de moeder alle verblijfsoverstijgende kosten betaalt en geen alimentatie ontvangt. De grieven falen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de beschikking die vervangende toestemming verleent voor inschrijving op de huidige basisschool en geen wijziging van de aanvrager kinderbijslag toestaat.