Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[de vader] ,
[de moeder] ,
Het procesverloop
De feiten
De beoordeling
NJ2008/51).
:
De beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 1 september 2023 een beschikking gegeven in een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats en de verdeling van kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind. De vader verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats naar hem en om de bijdrage in de kosten op nihil te stellen, terwijl de moeder dit afwees en een bijdrage van €287 per maand vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder blijft, omdat het belang van het kind geen wijziging rechtvaardigt. De rechtbank stelde vast dat bij co-ouderschap de inschrijving van het kind niet doorslaggevend is voor het recht op kinderbijslag en kindgebonden budget. De vader wordt echter gelast als hoofdaanvrager van de kinderbijslag te fungeren, zodat hij het kindgebonden budget ontvangt.
De rechtbank herzag de draagkracht van beide ouders op basis van recente financiële gegevens en de Tremanormen. De vader heeft een draagkracht van circa €823 per maand en de moeder van circa €291 per maand, rekening houdend met haar onderhoudsverplichtingen voor andere kinderen. Met toepassing van een zorgkorting van 35% resulteert dit in een bijdrage van €211 die de vader aan de moeder moet betalen. De beschikking is direct uitvoerbaar en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van het kind blijft bij de moeder en de vader moet €211 per maand bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding.