Belanghebbende verkocht zes kavels die waren voorzien van klinkerbestrating en enkele voorzieningen zoals afwateringsputten en een lantaarnpaal. De Inspecteur kwalificeerde deze kavels als bouwterrein, belast met omzetbelasting. De Rechtbank oordeelde dat de klinkerbestrating als bouwwerk kan worden aangemerkt en stelde de levering vrij van omzetbelasting. Het Gerechtshof heeft in hoger beroep geoordeeld dat klinkerbestrating die los op een zandbed ligt niet kwalificeert als een gebouw, waardoor vijf van de zes kavels onbebouwde grond zijn en dus bouwterrein.
Voor kavel 8, waarop naast klinkerbestrating ook terreinverlichting en drainage aanwezig zijn, oordeelde het Hof dat deze voorzieningen samen een gebouw vormen conform het Besluit onroerende zaken omzetbelasting. Hierdoor kwalificeert kavel 8 als bebouwde grond en is de levering daarvan vrijgesteld van omzetbelasting. De overige kavels missen dergelijke voorzieningen en blijven belast als bouwterrein.
Belanghebbende mocht zich beroepen op het Besluit onroerende zaken omzetbelasting als beleidsregel en het vertrouwen daarop. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en stelde het verschuldigde bedrag aan omzetbelasting vast op € 258.321. De uitspraak bevestigt de strikte criteria voor de kwalificatie van bouwterrein versus bebouwde grond bij omzetbelastingheffing.