Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2024:4688

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juli 2024
Publicatiedatum
16 juli 2024
Zaaknummer
200.332.139/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.14 Procesreglement Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep netbeheerder tegen schadevergoeding wegens diefstal elektra in bedrijfsruimte

In deze civiele zaak vordert netbeheerder Enexis schadevergoeding van [appellant] wegens diefstal van elektriciteit in een door hem gehuurde bedrijfsruimte waar een hennepkwekerij werd aangetroffen. De meetinrichting was gemanipuleerd en beschadigd, waardoor elektriciteit buiten de meter om werd afgenomen.

De rechtbank Noord-Nederland had de vordering van Enexis tot een bedrag van €14.092,62 toegewezen. [appellant] stelde hoger beroep in met het verzoek de vordering af te wijzen. Het hof heeft de standpunten van partijen bestudeerd en besloten een mondelinge behandeling te gelasten om nadere informatie te verkrijgen over onder meer de contractuele relaties tussen partijen, de indeling van de bedrijfsruimte en de onderbouwing van de schadevergoeding.

Tijdens de mondelinge behandeling zal ook worden ingegaan op de huurcontracten tussen [appellant], [naam1], en [naam2], de aanwezigheid en aard van scheidingswanden in de bedrijfsruimte, en de wijze van betaling van de huur. Het hof heeft de zaak aangehouden en de mondelinge behandeling gepland voor 30 juli 2024, waarbij mr. H. de Hek als raadsheer-commissaris is benoemd.

De zaak blijft daarmee in behandeling en een definitieve uitspraak volgt na de mondelinge behandeling.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een mondelinge behandeling op 30 juli 2024 voor nadere informatie en toelichting.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.332.139/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 219977
arrest van 16 juli 2024
in de zaak van
[appellant],
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de rechtbank optrad als gedaagde,
hierna:
[appellant],
advocaat: mr. A.J. Welvering te Leek,
tegen
Enexis Netbeheer B.V.,
die is gevestigd in 's-Hertogenbosch,
en bij de rechtbank optrad als eiseres,
hierna:
Enexis,
advocaat: mr. A.M. Takkenberg te Zwolle.

1.Het verloop van de procedure bij het hof

1.1
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, op 26 juli 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• de memorie van grieven
• de memorie van antwoord (met producties)
• een akte uitlating producties van [appellant]
• een akte overlegging productie van [appellant]
• een antwoordakte van Enexis.
1.2
Ten slotte heeft het hof een datum vastgesteld waarop arrest zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
In een door [appellant] gehuurde bedrijfsruimte is een hennepkwekerij aangetroffen. De in die ruimte aanwezige meetinrichting is zo gemanipuleerd en beschadigd, dat er buiten de meter om elektriciteit is afgenomen van het netwerk van Enexis.
2.2
Enexis heeft, na vermindering van eis, € 14.092,62 schadevergoeding gevorderd van [appellant] . De rechtbank heeft deze vordering toegewezen.
2.3
De bedoeling van het hoger beroep is dat de toegewezen vordering alsnog wordt afgewezen.

3.Het oordeel van het hof

Inleiding
Mondelinge behandeling
3.1
Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht en onderbouwd. Het hof heeft toch behoefte aan meer informatie en zal om die reden een mondelinge behandeling gelasten.
3.2
Tijdens de mondelinge behandeling zullen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde komen:
a. de contractuele relatie tussen [naam1] , [appellant] en [naam2] .Door partijen zijn de volgende schriftelijke huurcontracten overgelegd:
- Een huurovereenkomst tussen [naam1] als verhuurder en [appellant] als huurder betreffende een woning en bedrijfsruimte op het perceel G 2920 vanaf 1 april 2015 voor de duur van vijf jaren tegen een huurprijs van € 1.850,- per maand;
- Een huurovereenkomst tussen [naam1] als verhuurder en [naam2] als huurder betreffende een deel van een bedrijfsruimte op het perceel G 2920 (op het bijbehorende kaartje is het perceel G 2937 gemarkeerd) vanaf 15 november 2015 voor de duur van vijf jaren tegen een huurprijs van € 400,- per maand;
- Een huurovereenkomst tussen [naam1] als verhuurder en [appellant] als huurder betreffende de bedrijfsruimte op perceel G 2937 met ingang van 1 september 2017 tot
1 april 2020 tegen een huurprijs van € 1.000,- per maand. In het huurcontract is aangegeven dat een deel van de bedrijfsruimte (aangeduid als deel B en C) is verhuurd aan [naam2] en dat de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst met [naam2] overgaan op [appellant] ;
- Een huurovereenkomst tussen [appellant] als verhuurder en [naam2] als huurder betreffende deel B en C van de bedrijfsruimte op perceel G 2937 met ingang van
1 september 2017 tot 1 april 2020 tegen een huurprijs van € 14.400,- per jaar.
Het hof heeft daar vooralsnog de volgende vragen over:
- Wat is er de reden van dat [naam2] heeft ingestemd met een forse huurverhoging (van € 400,- naar € 1.200,-) per maand en met een verkorting van de looptijd van de overeenkomst (van 15 november 2020 naar 1 april 2020)?
- Heeft [naam2] de huur aan [appellant] betaald? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, heeft iemand anders de huur betaald?
Indien de huur per bank is betaald dient [appellant] de desbetreffende (gedeelten van) bankafschriften over te leggen.
b. De indeling van de loods op perceel G 2927Het hof heeft daar de volgende vragen over:
- Waren ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst tussen [naam1] en [appellant] en [appellant] en [naam2] al scheidingswanden tussen de verschillende delen aanwezig?
- Zo ja, wanneer en door wie zijn deze geplaatst?
- Zo nee, wanneer en door wie zijn deze geplaatst?
- Zijn het de scheidingswanden die zichtbaar zijn op de foto in de antwoordakte van Enexis?
- Is de hennepkwekerij in deel C ondanks de scheidingswanden zichtbaar/merkbaar vanuit deel A?
- Had [appellant] toegang tot deel B en/of C?
- Heeft [appellant] de delen B en C gezien voor hij de huurovereenkomst aanging met [naam2] ?
c. De schade van EnexisEnexis vordert € 14.092,62 schadevergoeding. Aanvankelijk vorderde zij € 33.309,82 schadevergoeding. Laatstgenoemd bedrag is onderbouwd met een schaderapport (prod 4).
- Hoe verhoudt het nu gevorderde bedrag zich tot het aanvankelijk gevorderde bedrag en de onderbouwing daarvan?
- Dient het schaderapport ook ter onderbouwing van het nu gevorderde bedrag? Ja, op welke wijze? Zo nee, wat is dan de onderbouwing?
Conclusie
3.3
Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol, zodat partijen hun verhinderdata kunnen opgeven voor de mondelinge behandeling. Deze mondelinge behandeling zal plaatsvinden voor een hierna te benoemen raadsheer-commissaris, tenzij een partij, met toepassing van artikel 4.14 van het toepasselijke procesreglement, binnen veertien dagen na het wijzen van dit arrest, aangeeft behandeling door een meervoudige kamer te verlangen.

4.De beslissing

Het hof:
4.1
Het hof beveelt partijen samen met hun advocaten naar het Paleis van Justitie aan het Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden te komen voor een mondelinge behandeling van deze zaak. Tijdens deze mondelinge behandeling mogen partijen een toelichting geven op de zaak. Het hof zal partijen om inlichtingen vragen en met hen spreken over een onderlinge regeling van het geschil en het vervolg van de procedure.
4.2
Deze mondelinge behandeling zal worden gehouden voor mr. H. de Hek, die hierbij door het hof tot raadsheer-commissaris wordt benoemd, op een nader te bepalen tijdstip. Daarvoor moeten de advocaten van partijen op
dinsdag 30 juli 2024de verhinderdata opgeven van zichzelf en van partijen voor de maanden september tot en met december 2024.
4.3
De partij die zich tijdens de mondelinge behandeling op nieuwe stukken wil beroepen, moet kopieën daarvan uiterlijk 14 dagen voor de datum van de mondelinge behandeling aan de griffie van het hof en aan de wederpartij sturen.
4.4
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, J.H. Kuiper en I. Tubben en is door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2024.