ECLI:NL:GHARL:2024:4900
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid openbaar ministerie in ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel bevestigd
In deze ontnemingszaak heeft het hof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van het openbaar ministerie behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel die het OM niet-ontvankelijk had verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De kern van het geschil betrof de vraag of de aankondiging van de ontnemingsvordering door het OM op juiste wijze was gedaan conform artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank had geoordeeld dat het OM niet-ontvankelijk was wegens een verzuim in de aankondiging van de ontnemingsvordering, omdat deze niet in het proces-verbaal van de zitting was opgenomen. Het hof heeft dit oordeel verworpen en overwogen dat uit het schriftelijk requisitoir bleek dat de aankondiging wel was gedaan en dat er geen aanwijzingen waren dat het requisitoir niet volledig was voorgedragen. Het ontbreken van de opname in het proces-verbaal leidt niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid.
Het hof benadrukte dat de aankondiging een waarborgfunctie heeft voor de rechtszekerheid van de verdachte, maar dat in dit geval het verzuim niet aan het OM te wijten was en geen reden vormt om het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het OM ontvankelijk in de vordering tot ontneming.
Vervolgens wees het hof de zaak terug naar de rechtbank Overijssel voor verdere inhoudelijke behandeling van de ontnemingszaak, met inachtneming van het arrest. Het arrest werd uitgesproken op 24 mei 2023 door mr. R.G.J. Welbergen, voorzitter, mr. A.H. Garos en mr. G. Voorhorst, raadsheren.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk in de vordering tot ontneming en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.