ECLI:NL:GHARL:2024:4989
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bestuurlijke boete wegens parkeren op verboden weggedeelte
Eiser stelde beroep in tegen een bestuurlijke boete opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wegens parkeren op een niet tot de rijbaan behorend weggedeelte van de Oder. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat eiser niet tijdig de gronden van het beroep had aangevoerd.
Het hof oordeelde dat het beroepschrift wel degelijk een grond bevatte, namelijk de ontkenning van de gedraging, en vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep inhoudelijk en verklaarde het ongegrond.
De gemachtigde van eiser voerde aan dat de boete niet viel onder de Wet bestuurlijke boete overlast en dat de APV-bepaling in strijd was met de Wegenverkeerswet 1994, maar deze gronden werden verworpen. Het hof wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en sprak het arrest uit op 1 augustus 2024.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de bestuurlijke boete van €150,-.