De man is met zeven grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De grieven zien op de afwijzing om een ouderschapsonderzoek te gelasten en om een bijzondere curator te benoemen, op de zorgregeling, op de kinderalimentatie en op de afwijzing om de vrouw te gelasten stukken over te leggen.
De man verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor zover het betreft de daarin vastgestelde zorgregeling en de bepaalde kinderalimentatie en, opnieuw beschikkende, uitvoerbaar bij voorraad:
Ten aanzien van de zorgregeling
Primair
I tussen de ouders een ouderschapsonderzoek te gelasten door ex artikel 94 (het hof begrijpt artikel 194) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een forensisch mediator geregistreerd bij de Stichting Forensische Mediation te benoemen, bij voorkeur een psycholoog alsmede te bepalen dat partijen de kosten van de te benoemen deskundige gelijkelijk dienen te voldoen en iedere definitieve beslissing aan te houden in afwachting van het deskundigenbericht en de reacties van partijen daarop;
Subsidiair
II een bijzondere curator te benoemen teneinde met de kinderen te spreken, hen een stem te geven en zo nodig de kinderen in en buiten rechte te vertegenwoordigen en de zaak met het hoog hierop voor de duur van drie maanden aan te houden;
III een zorgregeling vast te leggen waarbij de kinderen de ene week van vrijdag tot vrijdag bij de man en de andere week van vrijdag tot vrijdag bij de vrouw verblijven evenals de helft van de schoolvakanties bij de man en bij de vrouw verblijven,
Ten aanzien van de kinderalimentatie
IV te bepalen dat de man met ingang van 22 juni 2023 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen € 112,- per kind per maand aan de vrouw dient te voldoen althans met ingang van een zodanige datum een zodanig bedrag dat het hof juist acht;
Ten aanzien van het verzoek tot overlegging van stukken
V de vrouw bij tussenbeschikking te veroordelen om binnen drie weken na dagtekening van de te wijzen beschikking haar IB aangiften van de jaren 2020 tot en met 2023 aan de man te overleggen.