ECLI:NL:GHARL:2024:5707

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 september 2024
Publicatiedatum
10 september 2024
Zaaknummer
200.340.219/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
HR 1 oktober 2021HR 14 december 2008HR 10 juni 2022
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering oproeping tussenpersoon in vrijwaring in hoger beroep

Dexia Nederland B.V. heeft in hoger beroep een incidentele vordering ingesteld tot oproeping van een tussenpersoon in vrijwaring, omdat deze tussenpersoon in strijd met de toen geldende regels een klant heeft geadviseerd en als klant bij Dexia heeft aangebracht.

Het hof oordeelt dat een incident tot vrijwaring niet voor het eerst in hoger beroep kan worden opgeworpen. Daarnaast is er geen sprake van een ondeelbare rechtsverhouding tussen de klant en de tussenpersoon, waardoor Dexia zich niet kan beroepen op het arrest van de Hoge Raad van 1 oktober 2021 als uitzondering op dit uitgangspunt.

Daarom verklaart het hof Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering en veroordeelt Dexia tot betaling van de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord door de verweerster, en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Dexia wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot oproeping van de tussenpersoon in vrijwaring en veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.340.219/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10017090
arrest in het incident van 10 september 2024
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
die is gevestigd in Amsterdam,
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als eisende partij,
eiseres in het incident,
hierna:
Dexia,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer in Amsterdam,
tegen
[verweerster],
die woont in [woonplaats1] ,
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde partij,
verweerster in het incident,
hierna:
[verweerster],
advocaat: mr. J.B. Maliepaard in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Dexia heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, op 18 januari 2024 tussen partijen heeft uitgesproken.
1.2
Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Dexia tevens houdende de memorie van grieven
• de conclusie van antwoord in het incident van [verweerster] .

2.Het oordeel van het hof

In het incident
2.1
Dexia vordert haar toe te staan de heer [naam1] als (toenmalig) medewerker van Perfect Partners Assurantie B.V. in vrijwaring op te roepen. [verweerster] concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering van Dexia.
2.2
Het hof zal Dexia in haar vordering in het incident niet-ontvankelijk verklaren. Een incident tot vrijwaring kan namelijk niet voor het eerst in hoger beroep worden opgeworpen. Dit omdat als de vrijwaring zou worden toegestaan, de derde een instantie zou worden ontnomen. [1] Anders dan Dexia meent, is in dit geval – waarin, voor zover hier relevant, aan de orde is of [naam1] als tussenpersoon in strijd met de toen geldende regels [verweerster] heeft geadviseerd en als klant bij Dexia heeft aangebracht – geen sprake van een ondeelbare rechtsverhouding tussen [verweerster] en [naam1] . Dexia beroept zich om die reden al vergeefs op het arrest van HR 1 oktober 2021 [2] waarin zij – wat daar verder ook van zij – een uitzondering leest op voormeld uitgangspunt.
2.3
Omdat Dexia in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Dexia tot betaling van de kosten van dit incident veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. [3]
In de hoofdzaak
2.4
De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord door [verweerster] .

3.De beslissing

Het hof:
In het incident
3.1
verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering;
3.2
veroordeelt Dexia tot betaling van de volgende proceskosten in het incident van [verweerster] :
• € 1.214,- aan salaris van de advocaat van [verweerster] (1 procespunt x appeltarief II);
In de hoofdzaak
3.3
verwijst de zaak naar de rol van 22 oktober 2024 voor het nemen van een memorie van antwoord door [verweerster] ;
3.4
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 september 2024.

Voetnoten

1.HR 14 december 2008, ECLI:NL:HR:2007:BB7189
3.HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.