Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft voorlopige voorzieningen over de toevertrouwing en zorgregeling van een minderjarige na ontbinding van het huwelijk van zijn ouders. De rechtbank had de minderjarige voorlopig aan de vader toevertrouwd en een zeer beperkte omgang met de moeder toegestaan. De moeder is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.
Het hof bevestigt de voorlopige toevertrouwing aan de vader, gelet op het belang van stabiliteit voor het kind en het feit dat hij al zes maanden bij de vader verblijft zonder contact met de moeder. Tegelijkertijd acht het hof het zorgelijk dat er geen contact is geweest tussen moeder en kind en beveelt het een onmiddellijke herstart van de omgang, aanvankelijk begeleid en beperkt tot twee uur per week, met mogelijkheid tot uitbreiding.
Het hof benadrukt het belang van continuïteit in de hulpverlening door een vertrouwde hulpverlener en adviseert een handschriftonderzoek om onduidelijkheden over een dreigend briefje en beschadigde kleding van het kind op te helderen. De kosten van dit onderzoek worden verdeeld afhankelijk van de uitkomst. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de overige verzoeken zijn afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de voorlopige toevertrouwing aan de vader en wijzigt de zorgregeling door onmiddellijke begeleide omgang van twee uur per week met de moeder toe te staan.