Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- het proces-verbaal (verslag) van de mondelinge behandeling die op 18 september 2024 is gehouden.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat een geschil centraal tussen een varkensfokker en een voederleverancier over de kwaliteit van geleverd biggenvoer en de gevolgen daarvan voor de biggen. De varkensfokker stelde dat het voer ondeugdelijk was en de oorzaak van achterblijvende groei, oversterfte en oorbijten bij de biggen, en vorderde schadevergoeding en opschorting van betaling van facturen. De rechtbank wees de vorderingen van de leverancier tot betaling toe en wees de tegenvordering af.
In hoger beroep betoogde de varkensfokker dat de rechtbank onjuiste bewijswaardering had toegepast en dat het door hem uitgevoerde experiment met twee stallen aantoonde dat het voer van de leverancier de problemen veroorzaakte. Het hof overwoog dat het bewijsaanbod onvoldoende was, getuigenverklaringen niet overtuigend waren en het experiment onvoldoende onafhankelijk en onderbouwd was. Ook andere mogelijke oorzaken zoals ventilatieproblemen en biggen uit jonge zeugen werden niet voldoende onderzocht.
Het hof stelde vast dat de varkensfokker niet had aangetoond dat het voer ondeugdelijk was of de problemen veroorzaakte. De leverancier had bovendien kwaliteitscontroles en geen andere klanten hadden geklaagd. De vergoeding van € 25.000,- door de leverancier werd gezien als klantbehoud en niet als erkenning van tekortkoming. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de varkensfokker tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de varkensfokker af wegens onvoldoende bewijs van ondeugdelijk voer.