ECLI:NL:GHARL:2024:6349

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 oktober 2024
Publicatiedatum
15 oktober 2024
Zaaknummer
200.345.800/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen faillietverklaring met vernietiging en afwijzing verzoek

In deze civiele zaak heeft het hof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Overijssel van 3 september 2024 vernietigd, waarin het verzoek tot faillietverklaring van appellant was toegewezen. Appellant stelde in hoger beroep dat niet langer aan de faillissementsvereisten werd voldaan en dat voldoende zekerheid was gesteld voor de crediteuren en faillissementskosten.

Het hof heeft op basis van het beroepschrift, aanvullende brieven en stukken vastgesteld dat de vorderingen van de bekende crediteuren, inclusief de Belastingdienst, en de faillissementskosten voldoende zijn gedekt door stortingen op een derdengeldrekening met een onherroepelijke volmacht aan de advocaat van appellant. Zowel de curator als de crediteuren hebben ingestemd met de vernietiging van het faillissement.

Gelet op deze omstandigheden concludeert het hof dat niet langer aan de vereisten van artikel 6 lid 3 van Pro de Faillissementswet wordt voldaan en wijst het het verzoek tot faillietverklaring af. De faillissementskosten worden vastgesteld en ten laste van appellant gebracht. Het vonnis is in openbare terechtzitting uitgesproken op 15 oktober 2024.

Uitkomst: Het hof vernietigt het faillissementsvonnis en wijst het verzoek tot faillietverklaring af wegens voldoende zekerheid voor crediteuren en faillissementskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.345.800/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/24/585 F)
arrest van 15 oktober 2024
in de zaak van
[appellant], h.o.d.n.
[naam1],
[naam2]en
[naam3],
die woont in [woonplaats1] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
hierna te noemen:
[appellant],
advocaat: mr. W.M. Limberger, die kantoor houdt te Zwolle,
tegen

1.Krale Houtbewerking & Timmerwerk vof,

die is gevestigd in Staphorst,
2. [geïntimeerde2], h.o.d.n.
[naam4],
die woont in [woonplaats2] ,
hierna te noemen:
Krale c.s.,
advocaat: mr. S.A.C.A. van Vloten, die kantoor houdt te Zwolle.

1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank

In het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 3 september 2024 is het verzoek van Krale c.s. tot faillietverklaring van [appellant] toegewezen, met benoeming van mr. A.E. Zweers tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. T.M. Spoler tot curator.

2.Het verloop van de procedure in hoger beroep

2.1
In het beroepschrift, binnengekomen bij de griffie van het hof op 11 september 2024, heeft [appellant] verzocht het vonnis van de rechtbank van 3 september 2024 te vernietigen.
2.2
Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder het V6-formulier met begeleidende brief en producties van 25 september 2024 van mr. Limberger. Op 4 oktober 2024 is een brief met bijlagen van mr. Spoler (hierna: de curator) ontvangen, in welke brief ook opgave is gedaan van de tot dat moment gemaakte faillissementskosten. In die brief heeft de curator onder meer aangegeven dat nog onduidelijkheid bestaat over het bestaan van een schuld aan de Technische Unie, dat sprake is van een schuld aan de Belastingdienst en dat nog geen volledige dekking is gegeven voor de faillissementskosten.
2.3
Op 7 oktober 2024 is in reactie op de brief van de curator van 4 oktober 2024 van mr. Limberger een brief met bijlagen ontvangen, waaruit volgens mr. Limberger zou moeten blijken dat alle bekende crediteuren zijn voldaan, althans dat daarvoor voldoende zekerheid is gesteld. Op 8 oktober 2024 heeft de curator per V9-formulier en brief een en ander bevestigd. Op 9 oktober 2024 heeft de curator nog opgave gedaan van de uiteindelijke faillissementskosten. Krale c.s. en de curator hebben ingestemd met de vernietiging van het faillissement.
2.4
Op verzoek van partijen heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

3.De beoordeling

3.1
Het hof stelt voorop dat de vraag of de schuldenaar (nog) verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen dient te worden beoordeeld naar de omstandigheden zoals die zijn op het moment van de uitspraak in dit hoger beroep.
3.2
Uit het beroepschrift en de daaropvolgende brieven is het volgende gebleken. De voldoening van de vorderingen (vermeerderd met de kosten van het faillissementsverzoek) van Krale c.s. is, ook volgens Krale c.s., voldoende verzekerd met de storting van de verschuldigde bedragen op de derdengeldrekening van mr. Van Vloten. Het hof stelt verder vast dat uit de toelichtingen van mr. Limberger en de door hem overgelegde stukken en uit de schriftelijke reactie daarop van de curator, volgt dat er ook voldoende zekerheid is gesteld om alle overige bekende crediteuren, inclusief de belastingdienst, en de opgegeven faillissementskosten van de curator te kunnen voldoen. De daarvoor benodigde gelden zijn gestort op de derdengeldrekening van het kantoor van mr. Limberger. [appellant] heeft daarbij een onherroepelijke volmacht verleend aan mr. Limberger om het beschikbaar gestelde bedrag aan de wenden voor betaling van de bedoelde schulden en kosten, onder de voorwaarde dat het faillissement van [appellant] wordt vernietigd. Aan de curator is bovendien een voldoende dekkend voorschot op de faillissementskosten overgemaakt, hetgeen de curator heeft bevestigd. Onder voorgaande omstandigheden hebben de curator en Krale c.s. geen bezwaren tegen de vernietiging van het faillissement.
3.3
Het hof stelt gelet op het voorgaande vast dat niet langer aan alle vereisten voor een faillissement is voldaan, zoals die zijn neergelegd in artikel 6 lid 3 van Pro de Faillissementswet zodat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen.
3.4
Het hof zal de faillissementskosten (conform de opgave van de curator van 9 oktober 2024) ten laste van [appellant] brengen, nu [appellant] geen bezwaar heeft gemaakt dat deze kosten voor zijn rekening komen en het faillissement aanvankelijk niet nodeloos door Krale c.s. is uitgelokt maar een gevolg is van aan [appellant] toe te rekenen omstandigheden, zoals in het beroepschrift is uiteengezet. Gelet op de aan Krale c.s. toegezegde betalingen gaat het hof ervan uit dat er geen grond bestaat voor verdere kostenveroordelingen.

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 3 september 2024;
wijst het verzoek tot faillietverklaring alsnog af;
stelt de faillissementskosten vast op € 11.760,30 (te vermeerderen met 21% btw) en bepaalt dat deze kosten ten laste van [appellant] komen en veroordeelt zo nodig [appellant] tot betaling hiervan aan de curator;
bepaalt dat de griffier van dit hof onverwijld kennisgeeft van de uitspraak aan de griffier van de rechtbank Overijssel.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Smit, mr. A.A.J. Smelt en mr. A.L. Goederee en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2024.