Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaardingen in hoger beroep met incidentele vorderingen
- de antwoordconclusie in twee incidenten van [geïntimeerde1] .
2.De kern van de zaak
- een legaat aan [geïntimeerde1] van zijn aandeel in de vennootschap onder firma [naam 5] die hij samen met [geïntimeerde1] had;
- de oprichting van de Stichting [naam3] Collectie;
- een legaat aan deze stichting van een deel van de kunst die erflater heeft vervaardigd
- een legaat aan zijn echtgenote/weduwe ( [naam4] ) van het recht van gebruik en bewoning van een woning in [plaats1] .
3.Het oordeel van het hof
- het recht van erfpacht (inclusief het recht van opstal) nog een bestanddeel van de nalatenschap is en niet waardeloos is;
- het recht van erfpacht tot 2021 niet rechtsgeldig is opgezegd;
- het driedeskundigenrapport van 23 augustus 2023 een vaststellingsovereenkomst is in de zin van artikel 9:400 BW Pro (hof: bedoeld is kennelijk artikel 7:900 BW Pro);
- het recht van erfpacht het recht van opstal behelst;
- de omvang van de vergoeding van € 105.000 niet voldoende is onderbouwd;
- voor de vaststelling van de omvang van de vergoeding na de mondelinge behandeling bij de rechtbank (12 december 2022) een driedeskundigenrapport is gemaakt dat uitkomt op een vergoeding van € 400.000.