De jeugdige, veroordeeld tot een PIJ-maatregel wegens ernstige delicten, verbleef sinds 2018 in een justitiële inrichting en later in een forensisch psychiatrische kliniek. De rechtbank had de PIJ-maatregel omgezet in een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, waartegen de jeugdige beroep instelde.
Het hof vernietigde de beslissing van de rechtbank vanwege een procedureel gebrek: de zaak was achter gesloten deuren behandeld terwijl de jeugdige al 21 jaar was, waardoor openbare behandeling vereist was. Na inhoudelijke beoordeling concludeerde het hof dat aan de wettelijke voorwaarden voor omzetting was voldaan, waaronder het bestaan van een ernstige stoornis en een hoog recidivegevaar.
Deskundigen bevestigden de complexe problematiek van de jeugdige, met een combinatie van autisme, ADHD en persoonlijkheidsstoornissen, en een hoog risico op seksueel en gewelddadig recidive. De reclassering en kliniek benadrukten de noodzaak van een langdurig behandeltraject binnen een dwingend justitieel kader.
Het hof bepaalde de duur van de terbeschikkingstelling op één jaar, om het behandeltraject nauwgezet te kunnen volgen. Tevens wees het hof het verzoek af om de dwangverpleging direct voorwaardelijk te beëindigen, omdat dit in strijd is met de wet en de bedoeling van de wetgever. De omzetting werd toegewezen met een bevel tot verpleging van overheidswege.