ECLI:NL:GHARL:2024:6794
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsanering wegens onvoldoende bewijs goeder trouw
Appellant, een alleenstaande man met drie kinderen en ondernemer in de vleeshandel met activiteiten in Ghana, heeft na faillissement van zijn besloten vennootschap een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Gelderland wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn financiële problemen voortkomen uit het niet betalen van een grote vordering door zijn Ghanese afnemer White Volta. Hij heeft echter geen stukken overgelegd die deze vordering en de oninbaarheid daarvan inzichtelijk maken. Ook ontbraken verklaringen over het staken van leveranties door zijn leveranciers en het feit dat hij nog leveringen aan andere afnemers verrichtte.
Het hof constateert dat appellant weliswaar meer inzicht heeft gegeven in zijn schuldenlast en schuldeisers, maar geen concrete stukken heeft overgelegd die de ontstaansredenen van de schulden aantonen. De rechtbank en het hof oordelen daarom dat appellant niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs van goeder trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.