ECLI:NL:GHARL:2024:6833

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 november 2024
Publicatiedatum
6 november 2024
Zaaknummer
Wahv 200.342.860/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 RVV 1990Art. 13 RVV 1990Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rechts inhalen zonder gescheiden rijstroken bij file

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rechts inhalen van een file op een bromfiets op de Boulevard Barnaart te Zandvoort, terwijl de rijbaan niet was verdeeld in meerdere rijstroken in dezelfde richting. De kantonrechter matigde de sanctie en kende een proceskostenvergoeding toe.

In hoger beroep stelde de betrokkene dat het inhalen in een file was en dat artikel 13, tweede lid, RVV 1990 van toepassing was, waardoor rechts inhalen was toegestaan. De betrokkene voerde aan dat links inhalen niet mogelijk was vanwege een verhoogd tussenstuk en dat hij geen rijstrook gebruikte die niet voor bromfietsen bestemd was.

Het hof oordeelde dat artikel 13 RVV Pro 1990 in samenhang gelezen moet worden en dat rechts inhalen bij file slechts is toegestaan indien de rijbaan is verdeeld in meerdere rijstroken in dezelfde richting. Uit de verklaringen bleek dat hier slechts één rijstrook was, waardoor de uitzondering niet van toepassing was. Het hof bevestigde daarom de sanctie en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie voor rechts inhalen zonder gescheiden rijstroken en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.342.860/01
CJIB-nummer
: 250636768
Uitspraak d.d.
: 6 november 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 28 maart 2024, betreffende
[de betrokkene](hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 127,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 749,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
Op 2 september 2024 is nog een e-mail van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 170,- voor: “rechts inhalen waar dat verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 juli 2022 om 12:09 uur op de Boulevard Barnaart in Zandvoort met het voertuig (een tweewielige bromfiets) met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de inleidende beschikking vernietigd moet worden omdat sprake was van het inhalen van een file. Juist uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat artikel 13, tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) van toepassing is. Links inhalen was geen optie omdat het tussenstuk verhoogd is en de auto’s nogal naar links rijden. Anders dan in het arrest waar de advocaat-generaal naar verwijst (het niet gepubliceerde arrest van het hof van 23 oktober 2023 met Wahv-nummer 200.324.757/01) was er in dit geval geen strook gebruikt die niet voor de bromfiets bestemd was. Voor de bromfietser was het redelijkerwijs niet kenbaar dat hij in dit geval niet rechts mocht inhalen.
3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 11, eerste lid, van het RVV 1990 waarin is bepaald dat inhalen links geschiedt. In artikel 13 van Pro het RVV 1990 is het volgende bepaald:
“1. Bij fileverkeer behoeft, indien de rijbaan is verdeeld in rijstroken in dezelfde richting, niet de meest rechts gelegen rijstrook te worden gevolgd.
2. Files mogen aan de rechterzijde worden ingehaald.”
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Wij, verbalisanten, reden in privétijd over de Boulevard Bernaard (het hof leest: Barnaart). Op dit moment was het vanwege het mooie weer erg druk op deze weg. Bestuurder van genoemde bromfiets reed zeer dicht achter elk voertuig. Haalde ook meerdere voertuigen rechts in, waaronder verbalisanten. Ook zagen wij dat er meerdere voertuigen moesten remmen. Dit om een aanrijding te voorkomen.”
5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 7 september 2022. Hierin verklaart de ambtenaar – voor zover van belang – dat de bestuurder minimaal drie keer rechts inhaalde op de Boulevard Barnaart en dat de motor langs al het verkeer reed, terwijl het verkeer in filevorming over de Boulevard reed.
6. Op grond van artikel 13 van Pro het RVV 1990 mag in bepaalde situaties een file rechts worden ingehaald. Een redelijke uitleg van dit artikel brengt mee dat het eerste en tweede lid in samenhang moeten worden bezien (vgl. het arrest van het hof van 1 november 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10173). Dit betekent dat een file pas rechts mag worden ingehaald indien een rijbaan is verdeeld in (meerdere) rijstroken in dezelfde richting (vgl. het niet gepubliceerde arrest van het hof van 23 oktober 2023 met Wahv-nummer 200.324.757/01 waar de advocaat-generaal naar verwijst). Daarvan is hier geen sprake. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat de rijbaan slechts bestond uit één rijstrook. Dat de betrokkene, anders dan in het hiervoor aangehaalde arrest, op een bromfiets reed en geen gebruik heeft gemaakt van een rijstrook die niet voor bromfietsen bestemd was, doet hier niet aan af. Dat links inhalen geen optie was, maakt het voorgaande niet anders. De betrokkene had moeten aansluiten in de file. De uitzonderingssituatie van artikel 13 van Pro het RVV 1990 is niet van toepassing. De gedraging kan worden vastgesteld.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.