Uitspraak
[de werknemer]
de gemeente
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer was sinds 1992 bij de gemeente werkzaam en had een langdurige dienstbetrekking, waarbij hij zich frequent ziek meldde. Vanaf 2023 ontstond een conflict met zijn leidinggevende en collega’s, wat leidde tot een schorsing en uiteindelijk een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter oordeelde dat de verstoring niet beperkt was tot de leidinggevende, maar ook de bredere werkomgeving betrof. Herplaatsing was niet mogelijk en de gemeente had niet ernstig verwijtbaar gehandeld. De werknemer stelde in hoger beroep dat de ontbinding onterecht was vanwege het opzegverbod tijdens ziekte en dat de gemeente ernstig verwijtbaar had gehandeld, waarvoor hij een billijke vergoeding eiste.
Het hof stelde vast dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was op grond van ziekte volgens de bedrijfsarts en dat het opzegverbod daarom niet van toepassing was. Het hof vond voldoende bewijs voor een ernstig verstoorde arbeidsverhouding met meerdere collega’s, waarbij herplaatsing onmogelijk was. De gemeente had ook redelijke inspanningen verricht om de situatie op te lossen. Het hoger beroep werd verworpen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verstoorde arbeidsverhoudingen en wijst het hoger beroep van de werknemer af.