Partijen zijn gehuwd sinds 2008 en hebben vier minderjarige kinderen. De vrouw heeft in november 2023 een verzoek tot echtscheiding ingediend. De rechtbank Midden-Nederland heeft in een tussenbeschikking van juli 2024 de beslissing over het echtscheidingsverzoek aangehouden vanwege het ontbreken van een gezamenlijk ouderschapsplan. De rechtbank oordeelde dat partijen onvoldoende inspanningen hebben geleverd om tot een gezamenlijk ouderschapsplan te komen, hetgeen noodzakelijk wordt geacht voor de belangen van de kinderen.
De vrouw is tegen deze tussenbeschikking in hoger beroep gegaan en verzoekt het hof de beschikking te vernietigen en spoedige voortzetting van de procedure te gelasten, inclusief het plannen van een kinderverhoor. De man verzet zich niet tegen het verzoek van de vrouw. Het hof overweegt dat het aan de rechtbank is om te beoordelen of redelijkerwijs geen ouderschapsplan kan worden ingediend, waarbij de inspanningen van partijen doorslaggevend zijn.
Het hof deelt het oordeel van de rechtbank dat partijen onvoldoende hebben geprobeerd tot afspraken te komen. Het verzoek van de vrouw om zich uit te laten over de werkwijze van de rechtbank Midden-Nederland wordt afgewezen omdat het hof geen bevoegdheid heeft om zich uit te spreken over werkwijzen van rechtbanken. Het hof bekrachtigt de tussenbeschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling, waarbij partijen tot 19 november 2024 de gelegenheid krijgen om alsnog een ouderschapsplan in te dienen.