Uitspraak
De Leeuw,
1.[geïntimeerde1] C.V.,
[geïntimeerden],
1.Het verloop van de procedure
9 september 2024 voor het nemen van de memorie van grieven.
2.Het oordeel van het hof
3.De beslissing
19 november 2024.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vennootschap onder firma De Leeuw Agro stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de kantonrechter van 5 maart 2024. Na aanvang van de procedure werd De Leeuw een termijn gegeven om een memorie van grieven in te dienen, maar zij nam deze niet binnen de gestelde termijnen. Vervolgens deed De Leeuw een eenzijdig verzoek tot intrekking van het hoger beroep vanwege gezondheidsomstandigheden.
De geïntimeerden maakten bezwaar tegen dit verzoek en stelden dat zij alleen akkoord gingen met intrekking indien De Leeuw de gemaakte proceskosten zou vergoeden. Het hof oordeelde dat een eenzijdige intrekking en doorhaling niet mogelijk is en dat het ontbreken van een memorie van grieven betekent dat het hoger beroep onvoldoende is gemotiveerd en niet ontvankelijk kan worden verklaard.
Het hof veroordeelde De Leeuw tot betaling van de proceskosten van de geïntimeerden, waaronder griffierecht en advocaatkosten. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en op 19 november 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Leeuw wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de geïntimeerden.