ECLI:NL:GHARL:2024:7200
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
In deze zaak stond de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, voortvloeiend uit een tenlastelegging van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het verbod op hennepteelt volgens de Opiumwet. De verdachte was eerder in hoger beroep volledig vrijgesproken van deze tenlastelegging door het hof bij arrest van 14 september 2022.
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 16 juni 2020, waarin de ontnemingsvordering was toegewezen. Tijdens de terechtzitting van 8 november 2024 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering.
Het hof overweegt dat de grondslag van de ontnemingsvordering is komen te vervallen door de onherroepelijke vrijspraak van de verdachte. Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en vernietigt het het vonnis waarvan beroep, waarna het opnieuw recht doet met deze beslissing.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens vervallen grondslag na vrijspraak.