Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de hoger beroep dagvaarding
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- de brief namens Portaal van 23 september 2024 met aanvullende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant vorderde voortzetting van de huurovereenkomst van zijn in 2022 overleden grootvader op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro, stellende dat zij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerden. Portaal betwistte dit en vorderde ontruiming van de woning.
De kantonrechter wees het verzoek van appellant af en kende Portaal ontruiming toe. In hoger beroep bevestigde het hof dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Hoewel appellant sinds 2019/2020 hoofdverblijf had in de woning, ontbrak het aan concrete en onderbouwde feiten die een gemeenschappelijke huishouding en financiële verwevenheid aannemelijk maakten.
Het hof oordeelde ook dat de samenwoning vooral gericht was op de zorg voor grootvader, die op hoge leeftijd was en gezondheidsproblemen had, waardoor de duurzaamheid van de huishouding ontbrak. Verder was appellant actief op zoek naar eigen woonruimte, wat een contra-indicatie vormt voor duurzaamheid.
De overige stellingen van appellant, waaronder vermeende willekeur van Portaal en een gerechtelijke erkentenis, werden verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van appellant tot voortzetting van de huurovereenkomst af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.