ECLI:NL:GHARL:2024:7445
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en draagkracht bij onderhoudsverplichtingen
De zaak betreft een hoger beroep over de vaststelling van kinderalimentatie voor een minderjarig kind, waarbij de man en vrouw beide in hoger beroep zijn gegaan tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank had bepaald dat de man een maandelijkse bijdrage van €275,- (na indexatie) aan de vrouw moest betalen.
De man verzocht het hof om de alimentatie aanzienlijk te verlagen, terwijl de vrouw juist een hogere bijdrage eiste, mede vanwege vermeende onvolledige financiële openheid van de man. Het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd voor een hoger inkomen van de man dan opgegeven en dat zijn inkomen sinds september 2024 is verminderd door een Ziektewetuitkering, maar dat hij tijdelijk een beëindigingsvergoeding ontvangt en zich in een re-integratietraject bevindt.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn netto besteedbaar inkomen, rekening houdend met zijn onderhoudsplicht voor drie andere minderjarige kinderen. Het hof verdeelde de draagkracht gelijkelijk over alle kinderen en corrigeerde deze op basis van de draagkracht van de moeder van de andere kinderen. Uiteindelijk stelde het hof de kinderalimentatie voor het betrokken kind vast op €111,- per maand vanaf 1 september 2023, met een verhoging naar €118,- per maand vanaf 1 januari 2024.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof sprak de nieuwe alimentatieverplichting uit, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €111,- per maand vanaf 1 september 2023 en €118,- vanaf 1 januari 2024, rekening houdend met de draagkracht van de man en onderhoudsplichten.