Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens mishandeling van een penitentiair inrichtingswerker. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en legt een taakstraf van 100 uur op, subsidiair 50 dagen hechtenis, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van drie jaar.
De mishandeling vond plaats op 12 januari 2023 in een penitentiaire inrichting, waar verdachte de penitentiair inrichtingswerker met de vlakke hand in het gezicht sloeg tijdens diens rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Verdachte weigerde mee te werken aan zijn insluiting omdat hij zijn telefoongesprek wilde voortzetten, ondanks meerdere waarschuwingen.
Het hof acht het bewezen dat verdachte het misdrijf heeft gepleegd en wijst op het lichamelijk letsel dat het slachtoffer opliep, namelijk een voortdurende pieptoon in het oor. Verdachte heeft eerder soortgelijke strafbare feiten gepleegd, wat meeweegt in de strafoplegging.
Het hof wijkt af van het LOVS-oriëntatiepunt van een geldboete van €750 vanwege de ernst en context van de mishandeling binnen een penitentiaire inrichting. De straf is passend geacht gezien de omstandigheden en eerdere veroordelingen van verdachte.
Het vonnis is op 28 november 2024 door het hof Arnhem-Leeuwarden uitgesproken en vervangt het eerdere vonnis van de politierechter.