Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2020 vast op €108.000 voor het jaar 2021. Belanghebbende, huurder van de woning, diende een bezwaarschrift in dat niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ontvangen, namelijk pas op 5 juli 2021. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in.
Tijdens de zitting op 17 oktober 2024 te Leeuwarden werd vastgesteld dat belanghebbende geen geldige reden kon geven voor de late indiening van het bezwaarschrift, ondanks zijn stelling dat hij leed aan depressiviteit. Het hof oordeelde dat deze persoonlijke omstandigheid niet voldoende was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, mede omdat belanghebbende later wel tijdig beroep en hoger beroep kon instellen.
Het hof bevestigde dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding conform artikel 6:7, 6:8 en 6:11 van de Awb. Het hof benadrukte dat een belanghebbende niet kan opkomen tegen een ambtshalve beoordeling na niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift bevestigd.