Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
[geïntimeerde]of
de Deken,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak verzocht appellant het gerechtshof om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten in verband met een voorgenomen civiele procedure tegen de Deken van de Orde van Advocaten. Appellant stelde dat de Deken onjuiste feiten had aangevoerd en ontlastend bewijs had achtergehouden in tuchtrechtelijke procedures. De rechtbank wees het verzoek af omdat het niet voldeed aan de vereisten van artikel 187 lid 3 Rv Pro, met name wegens onvoldoende concretisering van het feitelijk gebeuren.
Het hof bevestigde deze afwijzing. Het verzoekschrift en het beroepschrift verwezen slechts summier naar eerdere stukken zonder concreet te maken welke feiten en bewijs relevant waren. Ook tijdens de mondelinge behandeling gaf appellant onvoldoende toelichting. Het hof oordeelde dat het verzoek daardoor een 'fishing expedition' zou zijn en onvoldoende houvast biedt voor de rechter-commissaris.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten in hoger beroep. Daarmee is het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor definitief afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende concretisering van het feitelijk gebeuren.